«

»

Mar 26

4 Mythes die tot subassertief gedrag leiden

assertief

assertief

Durf jij niet op te komen voor wat jij denkt? Kijk dan even of u met onderstaande fabeltjes kampt.

 

1) mythe van angst

Deze is vrijwel universeel. De angst om angst te hebben.  We hebben geleerd dat angst hebben fout is. We denken ook dat mensen met veel zelfvertrouwen en moed nooit angstig zijn. Daarom als wij ons in ongemakkelijke situaties begeven we nogal eens geneigd zijn om dit te ontwijken zodra de angstgevoelens het hoofd opsteken.  We zijn zodanig geconditioneerd om angst te vermijden dat angst zelf als gevaarlijk beschouwd wordt. Ons lichaam maakt echter moeilijk onderscheidt tussen situaties die ongemakkelijk zijn en situaties die gevaarlijk zijn. Ons brein creëert zo dus gevaar waar er geen gevaar is.

Ook mensen die veel zelfvertrouwen of moed hebben, worden met momenten bang. Zij beschouwen dit echter enkel als een signaal dat ze moeten opletten en uitkijken voor gevaar. Het gevoel zelf ontwijken zij niet. Zij weten dat als je grotere doelen wil bereiken je onvermijdelijk vroeg of laat wel eens bang zult worden.

Als je leert te accepteren dat je soms bang zult zijn en dit als normaal beschouwt dan zal de impact hiervan op ons gedrag verkleinen zodat wanneer er conflict dreigt je sneller geneigd zal zijn om assertief op te treden in plaats van subassertief je mond te houden.

 

2) mythe van bescheidenheid

We hebben geleerd dat we bescheiden dienen te zijn, maar wat eigenlijk bedoeld wordt is dat je niet arrogant mag zijn.  Bescheiden zijn wil niet zeggen dat je niet fier mag zijn op wat je kent of kunt. Er is niets mis mee. Dit kan ertoe leiden dat mensen niets positiefs durven zeggen over zichzelf. Stel je maar eens voor wat er met je persoonlijkheid gebeurt wanneer je bang bent om positief over je zelf te zeggen. Dan ga je uiteindelijk negatief over jezelf denken.  Wanneer je enkel je eigen zwakheden bevestigd en nooit je sterktes dan zal dit je beeld over jezelf misvormen. Je zelfvertrouwen en zelfbeeld daalt. Dit leidt uiteindelijk jezelf subassertief of onderdanig op te stellen op momenten dat jij best voor jezelf opkomt. Daarom is het belangrijk dat je je eigen sterktes luidop leert te benoemen.

 

3) mythe van “de goede vriend”

Bij deze mythe ga je ervan uit dat “een goede vriend” jouw gedachten zonder enige moeite zou kunnen lezen.  Een goed verstaander begrijpt dat zonder aanduiding. Wel mensen merken eigenlijk vrij weinig van wat er in jouw hoofd omgaat als jij het ze niet verteld. Mensen zijn niet telepathisch en het is eigenlijk vrij onredelijk dat je dat van hen verwacht. Als jij met iets zit dan is het aan jou om dit in duidelijke taal weer te geven. Daarom is er geen enkele reden om gefrustreerd of boos te worden als anderen niet aan deze onredelijke eis voldoen.

 

4) mythe van verplichting

Bij deze mythe ga jij ervan uit dat het fout is om nee te zeggen want jij hebt je de plicht om bepaalde dingen uit te voeren. Jij hebt ongetwijfeld enkele verplichtingen in je leven maar misschien niet zo veel als jij zelf zou denken. Zijn dit werkelijke verplichtingen of eigen jij die jezelf toe? Stel jij te hoge eisen aan jezelf of anderen? Jij hebt het recht om onredelijke of ongepaste verzoeken te weigeren. Net zoals anderen datzelfde recht hebben om dat ook met jouw verzoeken te doen.  Mensen kwellen zichzelf nogal eens met de gedachte dat zij iets MOETEN doen terwijl er niets in steen staat gegrifd.  Bijvoorbeeld: Jij hebt de plicht om jouw werk naar behoren uit te voeren, maar jij hebt niet de plicht om iets te doen wanneer de werklast onredelijk of buitensporig is. Natuurlijk zijn er gevolgen aan het nemen van zulke beslissingen, maar het is wel jouw beslissing. Zelfs als dat dit een onaangenaam gevolg is. Mensen die subassertief zijn hebben meestal een heel sterk gevoel van verplichting waardoor ze zichzelf onredelijke eisen opleggen. Terwijl het net wel jouw goed recht is om aan te duiden wanneer een eis onredelijk is.  Je werklast zal misschien niet onmiddellijk dalen, maar wanneer jij je grenzen niet aanduidt, kan je baas ook niet weten waar die grens ligt.

 

Overloop deze puntjes even en stel jezelf de vraag of dit van toepassing is op jouw gedrag en hoe jij dit kan bijsturen.

 

 

 

 

 

About the author

Mark Tilburgs

Leave a Reply